donderdag 1 maart 2012

De herkenbaarheidfase

De overgang van de krabbelfase naar de herkenbaarheidfase
De herkenbaarheidfase vindt plaats als het kind 3 tot 5 jaar oud is. In de herkenbaarheidfase houdt het kind zich steeds minder bezig met de drang om in het wilde weg over het papier te krassen of zijn bewegingen te herhalen. Het kind gebruikt bij het maken van zijn tekeningen niet meer de volledige ruimte van het papier, maar beperkt zich steeds meer tot een bepaalde plek op het papier.

Een belangrijke ontwikkeling is dat het kind leert om zijn tekeningen van te voren te benoemen in plaats van achteraf, zoals in de krabbelfase het geval was. Dit komt doordat het kind zijn voorstellingen of ideeën langer vast kan houden. Vaak worden de tekeningen in een vroegere fase nog dromerig en met veel fantasie benoemd. Naarmate het kind nog wat ouder wordt, benoemt het zijn tekeningen algemener.

Het begin van de herkenbaarheidfase
In het eerste gedeelte van de herkenbaarheidfase verdwijnt de drang naar het krabbelen niet helemaal als het kind ouder wordt. Dit is de overgang van de late krabbelfase naar de herkenningsfase. Het krabbelen wordt in deze fase steeds meer gedifferentieerd.

Vaak herkent het kind tijdens deze fase toevallig een menselijke vorm in zijn tekening. Het kind brengt dus als het ware een ervaring en een beeld samen. Omdat dit door de meeste kinderen als een prettige ervaring beschouwd wordt, zal het kind dit blijven herhalen. Dit is het ontstaan van het figuratief tekenen, waarin de stap naar het werkelijk grafisch symboliseren wordt gezet. Nu begint het kind met het tekenen van dingen die hij waarneemt.

In de herkenbaarheidfase begint het kind met het tekenen van mensfiguurtjes. Daarom wordt deze fase ook vaak de fase van de koppoters genoemd. Meestal ziet het mensje er als volgt uit: Een bijna of helemaal gesloten cirkel voor het hoofd met daar binnenin rondjes voor de ogen en de mond. De neus wordt meestal nog niet getekend. Vanuit de cirkel worden lijnen getekend die de ledematen voor moeten stellen. Deze lijnen zijn ledematen in beweging, maar de kernervaring is het hoofd. Dit figuurtje wordt de koppoter genoemd (1). Bij herhaling van de menstekeningen zullen deze nog onduidelijk en onvolledig blijven. Dit komt doordat de tekenvaardigheid van het kind tussen twee fases in hangt.
In het eerste gedeelte van de herkenbaarheidfase is er ook nog geen onderscheid te merken tussen geslachten. Wat opvallend is, is dat kinderen na het oefenen van de mensfiguurtjes al snel beginnen met het tekenen van meer personen op één tekening. Hoewel het tekenen van de mensfiguurtjes een teken van onafhankelijkheid en bewegelijkheid is kan dit geïnterpreteerd worden als de behoefde naar nabijheid van het kind.


De herkenbaarheidfase
In het tweede gedeelte van de herkenbaarheidfase begint het kind met het verder differentiëren van de tekeningen. Vaak maakt het kind gebruik van een beperkt aantal vormen om zijn tekeningen te maken. Voor het tekenen van dieren of andere wezens gebruikt het kind dikwijls de manier van tekenen die het ook gebruikt voor het tekenen van een poppetje. Zo hebben dieren en poppetjes meestal dezelfde opbouw. In de tekeningen met de koppoters worden ook voorwerpen getekend die bekend zijn voor het kind. Zo tekenen zij ter decoratie bloemen, een bal of de zon op de achtergrond (2).

Het gebruik van kleuren kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Zo kan het inkleuren van tekeningen gezien worden als een middel om de lust bij het tekenen te verhogen. Door kleuren te gebruiken kan een kind meer plezier krijgen in het tekenen. Ook kan het gebruik van kleuren gezien worden als een middel om meer leven in een tekening te brengen en herkenbaarheid te creëren. In de herkenbaarheidfase worden kleurpotloden vaak gebruikt om de omlijning te tekenen. Naarmate een kind ouder wordt zal hij hiervoor een tekenpotlood gaan gebruiken (3).

Het einde van de herkenbaarheidfase
Een belangrijke ontwikkeling in een later stadium van de herkenbaarheidfase is, dat het kind de koppoter meer naar de waarheid begint te tekenen. Zo bestaan de poppetjes nu niet meer uit een hoofd met daaraan de armen en benen, maar de poppetjes hebben nu een van elkaar gescheiden hoofd en romp met daaraan armen en benen.



Begin herkenbaarheidfase
 

Einde herkenbaarheidfase


Overige hoofdstukken:
De krabbelfase
De schematiseringfase
De realistische fase


(1) Abraham, A. (1979), Lévolution du dessin du personnage humain de deux à six ans. Bulletin de Psychologie, 32, 323.

(2) Kindertekeningen in ontwikkelingspsychologisch en diagnostisch perspectief, Simone Meykens en Gaston Cluckers, blz 21 t/m 23
(3) Zie ‘Kleuren zeggen meer’



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen