woensdag 14 maart 2012

De realistische fase

Kenmerken
De fase waarin een kind begint met realistisch tekenen vindt plaats als het kind  7 tot 12 jaar oud is. De tekeningen die het kind maakt, zijn steeds meer representatief voor de werkelijkheid. De houding die het kind tegenover de tekening heeft, wordt steeds kritischer en de voorstellingen worden steeds meer vergeleken met de realiteit. Het kind probeert steeds schetsmatiger te tekenen.


De ontwikkeling in de realistische fase
Bij een menstekening wordt er meer rekening gehouden met de werkelijke verhoudingen van de lichaamsdelen van de mens en de proporties van het lichaam. De nadruk ligt in de realistische fase op het toepassen van de in eerdere fases verworven schema’s. De verworven schema’s worden nu geperfectioneerd.


De thema’s die in de realistische fase getekend worden, zijn vaak erg realistisch en verschillen bij jongens en meisjes. Zo tekenen jongens vaak een mannelijk figuur, bijvoorbeeld een cowboy of een politieagent. Hiermee verzekeren zij zichzelf van hun mannelijkheid. Meisjes tekenen vaak handtassen, strikjes, hartjes, bloemetjes en andere versieringen. Het thema dat getekend wordt is erg afhankelijk van de interesses van het kind.

De begrippen tijd en ruimte gaan in de realistische fase een steeds belangrijkere rol spelen. Door de begrippen tijd en ruimte wordt het makkelijker om de tekeningen binnen een context te plaatsen. Ook worden relaties hierdoor passender weergegeven.

 

De realiteit dringt zich op
Het kind stopt vaak met het uiten van zijn gevoel in de
tekening en probeert een realistische weergave van de werkelijkheid te geven. De creativiteit van de tekeningen neemt af. Het kind wordt meer beïnvloed door de opgelegde discipline van buitenaf. Het kind zal dan ook zijn uiterste best doen om de tekening in te passen in de omgeving waarin het zich bevindt. Ook zullen kinderen mekaars vormen en ideeën overnemen.

Aan het einde van de realistische fase ontstaat er een groter inzicht in het eigen vermogen en in sommige gevallen de eigen beperkingen. Hierdoor vermindert de mate waarin er getekend wordt aan het einde van de fase.

Overige hoofdstukken:
De krabbelfase
De herkenbaarheidfase
De schematiseringfase

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen